donderdag 27 maart 2014

Lesfasenmodel Lente (3D les)



Voorbereiding *
Context
Belevingswereld
De lente is net begonnen, de kinderen zien buiten narcissen, tulpen, enzovoorts allemaal groeien. Daarnaast wonen we in de bollenstreek, waarbij vooral tulpen een grote rol spelen in de natuur.
Basisplan
Opdracht en randvoorwaarden
De kinderen moeten een tulp, narcis en blauwe druif maken en die plakken op 1 papier. Als randvoorwaarden hebben wij dat de tulp wordt gemaakt doormiddel van vouwen. De narcis wordt gemaakt van knippen met geel papier en het hard van de narcis wordt gemaakt van oranje papier, waarbij de kinderen plakrandjes moeten knippen. Tot slot de blauwe druif, de kinderen moeten crêpepapier tot kleine propjes maken en die opplakken als druifjes. De steel van de bloemen mogen de kinderen zelf verzinnen. Als alle bloemen af zijn plakken ze dit op een wit papier. We nemen daarnaast een echte tulp, narcis en blauwe druif mee zodat het beeldend wordt voor de kinderen.
Doelen
Beeldend doel:
De kinderen leren begrijpen dat iedere bloem anders is en een andere textuur heeft. Een blauwe druif heeft andere ‘blaadjes’ dan de tulp.
Technisch doel:
De kinderen leren netjes werken en daarnaast ook met verschillende knutsel technieken te werken.
Receptie
/Oriëntatie *
Introduceren
Beeldcultuur
Doordat de kinderen ook in de klas in aanraking komen met objecten van de lente, hebben kinderen daardoor ook meer besef wat de lente is. Ze kunnen daardoor ook beter hierover communiceren met de buitenwereld.
*
Instrueren
Beeldend Probleem
We laten de echte bloemen aan de kinderen zien en zij moeten deze eerst benoemen, ze moeten weten welke naam bij welke bloem hoort. Daarna vragen we aan de leerlingen hoe we dit nou zouden kunnen knutselen met de volgende materialen: vouwblaadjes, papier, schaar, lijm en crêpepapier.
Technisch doel
De kinderen leren netjes werken en daarnaast ook met verschillende knutsel technieken te werken.
Reflectie
/Nabeschouwing *
Nabespreken
Reflecteren
Ieder kind mag even zijn of haar werkje laten zien in het groepje waarin ze zitten. Ze moeten aan elkaar vertellen wat ze mooi vinden aan het werkje van de ander. Daarna bespreken we klassikaal de les na. We stellen vragen zoals:
1.     Welke bloem vonden jullie het leukste om te maken? En waarom?
2.     Welke bloem vonden jullie lastig om te maken? En waarom?
Daarna hangen we de werkjes op de ramen.

dinsdag 11 maart 2014


In de tweede les moesten we een animatiefilmpje maken. We moesten aan de gang met het traditioneel ambachtelijk werkproces, het experimenteel werkproces en het ontwerpproces.

Traditioneel ambachtelijk werkproces
Bij het traditioneel ambachtelijk werkproces gaat het erom dat je iets precies zo maakt als je is voorgedaan. Bij ons in de les werd er uitgelegd hoe we een animatie filmpje moesten maken met behulp van het programma ‘I can animate’ dit moesten wij uiteindelijk ook gaan doen. Zo waren we dus traditioneel ambachtelijk bezig.

Experimenteel werkproces
Bij het experimenteel werkproces is het de bedoeling dat je gaat experimenteren. Een kunstwerk staat namelijk nooit al helemaal vast als de kunstenaar eraan begint. Daarom is het belangrijk om te gaan experimenten om het beste uit je kunstwerk te kunnen halen. Wij hebben hetzelfde gedaan met het maken van ons filmpje. We hadden bedacht hoe we het filmpje wilde en wat er zou gaan gebeuren, maar terwijl we bezig waren kwamen ook weer andere ideeën bij ons op  die het filmpje nog leuker zouden maken, die probeerde we dan uit (we experimenteerde hiermee).

Ontwerpproces

Bij het ontwerpproces ga je alles wat je hebt verzonnen en gedaan bij elkaar doen. Wij hebben dat gedaan met onze wagens, poppetjes,  onze tussentijdse ideeën en onze ideeën die we al hadden over het verloop van het verhaal en maakte hiermee het animatiefilmpje.

maandag 3 maart 2014

Rijvoertuig maken van kosteloos materiaal


1. Vakatelier 1 - Beeldende vorming

In het eerste vakatelier van beeldende vorming moesten wij een, in ons geval, zwaar voertuig maken van kosteloos materiaal. De opdracht die we meekregen was dat er drie verschillende soorten techniek om dingen aan elkaar te maken in voor moesten komen. Wij hebben de volgende technieken gebruikt:
1. De spantechniek: we hebben een soort van katapult gemaakt van een lepel en hebben dit vastgemaakt met een touwtje. 
2. Inkeping techniek: doormiddel van een sneetje in het karton te maken en daar de theezakjes in te schuiven hebben we via deze techniek dit aan elkaar vast gemaakt. 
3. vorm in vorm techniek: de wielen van het voertuig zijn vastgemaakt door de vorm-in-vorm techniek. We hebben de vorm van de wc uitgesneden uit het karton zodat het precies in elkaar past.