Voorbereiding
*
|
Context
|
Belevingswereld
Het wordt lente en daarom willen wij dat dit ook zichtbaar wordt in de
klas. Bij de lente horen ook dieren, deze zien de kinderen ook omdat ze ‘weer’
naar buiten gaan. Ieder kind weet hoe een kip eruit ziet en past daarom goed bij de belevingswereld van de kinderen. Yvette heeft kippen thuis, we zouden een kip mee naar school kunnen nemen (als beeldmateriaal) waardoor het voor de kinderen heel erg levendig wordt en visueel.
|
Basisplan
|
Opdracht en
randvoorwaarden
De kinderen gaan een kip tekenen met de omtrek van hun hand. De omtrek van de hand is het lichaam van de kip. Hoe de kip voor de rest eruit komt te zien, moeten de kinderen zelf verzinnen. Ook mogen ze zelf beslissen welke kleuren de kip krijgt, het mag een fantasie kip worden, maar ook een realistische kip. Dit laten we helemaal vrij aan de kinderen. Als randvoorwaarde hebben we dat de kinderen dus hun hand gebruiken als omtrek van de kip en dat ze de binnenkant van de kip moeten tamponneren.
|
|
Doelen
|
Beeldend doel:
Technisch doel:
De kinderen leren de tamponneertechniek toe te passen. |
|
Receptie
/Oriëntatie * |
Introduceren
|
Beeldcultuur
Doordat de kinderen ook in de klas in aanraking komen met objecten van de lente, hebben kinderen daardoor ook meer besef van wat de lente is. Ze kunnen daardoor ook beter hierover communiceren met de buitenwereld.
|
*
|
Instrueren
|
Beeldend Probleem
Technisch doel
Kinderen kunnen zelf hun creativiteit loslaten in het zelf bedenken hoe de kip er verder uit komt te zien.
|
Reflectie
/Nabeschouwing * |
Nabespreken
|
Reflecteren
Ieder kind mag even in zijn of haar groepje het werkje laten zien. Ze moeten aan elkaar vertellen wat ze mooi vinden van het werkje van de ander. Daarna bespreken we klassikaal de les na. We stellen vragen zoals:
1. Vonden jullie het leuk om de kip te maken?
2. Was het lastig om je eigen hand over te trekken?
Daarna hangen we de werkjes op de ramen.
|
donderdag 1 mei 2014
Lesfase-model 2D
Aangepaste les naar aanleiding van feedback (3D-les)
Voorbereiding *
|
Context
|
Belevingswereld
De lente is net begonnen, de kinderen zien buiten narcissen, tulpen, enzovoorts allemaal groeien. Daarnaast wonen we in de bollenstreek, waarbij vooral tulpen een grote rol spelen in de natuur.
|
Basisplan
|
Opdracht en randvoorwaarden
De kinderen moeten een tulp, narcis en blauwe druif maken en die plakken op 1 papier. We vertellen aan de kinderen dat we materiaal hebben: geel papier, rode vouwpapiertjes, blauw crêpepapier en groen papier. We laten de kinderen vrij in het materiaal, ze mogen dus zelf beslissen welk materiaal ze gebruiken voor welke bloem, echter willen wij wel dat al het materiaal wordt gebruikt.
| |
Doelen
|
Beeldend doel:
De kinderen leren begrijpen dat iedere bloem anders is en een andere textuur heeft. Een blauwe druif heeft andere ‘blaadjes’ dan de tulp.
Technisch doel:
De kinderen leren netjes werken en daarnaast ook met verschillende knutsel technieken te werken.
| |
Receptie
/Oriëntatie * |
Introduceren
|
Beeldcultuur
Doordat de kinderen ook in de klas in aanraking komen met objecten van de lente, hebben kinderen daardoor ook meer besef wat de lente is. Ze kunnen daardoor ook beter hierover communiceren met de buitenwereld.
|
*
|
Instrueren
|
Beeldend Probleem
We laten de echte bloemen aan de kinderen zien en zij moeten deze eerst benoemen, ze moeten weten welke naam bij welke bloem hoort. Daarna vragen we aan de leerlingen hoe we dit nou zouden kunnen knutselen met de volgende materialen: vouwblaadjes, papier, schaar, lijm en crêpepapier.
Technisch doel
De kinderen leren netjes werken en daarnaast ook met verschillende knutsel technieken te werken.
|
Reflectie
/Nabeschouwing * |
Nabespreken
|
Reflecteren
Ieder kind mag even zijn of haar werkje laten zien in het groepje waarin ze zitten. Ze moeten aan elkaar vertellen wat ze mooi vinden aan het werkje van de ander. Daarna bespreken we klassikaal de les na. We stellen vragen zoals:
1. Welke bloem vonden jullie het leukste om te maken? En waarom?
2. Welke bloem vonden jullie lastig om te maken? En waarom?
Daarna hangen we de werkjes op de ramen.
|
Feedback op lesfase-model (3D)
Feedback lente les
bedacht door: Brechtje Jansen van Rosendaal en Yvette Verschuur
bedacht door: Brechtje Jansen van Rosendaal en Yvette Verschuur
beoordeling van: Kyra
Haverkamp & Shelly Priem
1.
Wordt er
rekening gehouden met de belevingswereld van het kind?
Het thema van de les past heel goed bij de belevingswereld van het kind. Op scholen wordt er heel vaak gewerkt aan de hand van thema’s en het thema wat nu centraal staat is lente. De kinderen zien veel voorbeelden van de lente in hun omgeving. Brechtje en Yvette hebben ook aangegeven dat het goed bij de belevingswereld van de kinderen past omdat we in de bollenstreek wonen waardoor ze veel tulpen (zouden kunnen) zien in de natuur. Hier hadden wij zelf nog niet over nagedacht maar dit is zeker een pluspunt wat betreft de belevingswereld van het kind.
Het thema van de les past heel goed bij de belevingswereld van het kind. Op scholen wordt er heel vaak gewerkt aan de hand van thema’s en het thema wat nu centraal staat is lente. De kinderen zien veel voorbeelden van de lente in hun omgeving. Brechtje en Yvette hebben ook aangegeven dat het goed bij de belevingswereld van de kinderen past omdat we in de bollenstreek wonen waardoor ze veel tulpen (zouden kunnen) zien in de natuur. Hier hadden wij zelf nog niet over nagedacht maar dit is zeker een pluspunt wat betreft de belevingswereld van het kind.
2.
Is de
inleiding motiverend voor de leerlingen?
Het meenemen van de echte bloemen zal zeker motiverend werken bij de kinderen. Door deze bloemen mee te nemen en te laten zien zullen ze gelijk nieuwsgierig worden en daardoor heb je gelijk de aandacht. Wij denken echter wel dat het handig is om ook wat extra informatie of evt. een verhaal te vertellen omtrent de bloemen. Als je alleen de echte bloemen meenemen hebt als inleiding is de motivatie misschien ook snel weer weg.
Het meenemen van de echte bloemen zal zeker motiverend werken bij de kinderen. Door deze bloemen mee te nemen en te laten zien zullen ze gelijk nieuwsgierig worden en daardoor heb je gelijk de aandacht. Wij denken echter wel dat het handig is om ook wat extra informatie of evt. een verhaal te vertellen omtrent de bloemen. Als je alleen de echte bloemen meenemen hebt als inleiding is de motivatie misschien ook snel weer weg.
3.
De
opdracht: is er sprake van een duidelijk beeldend probleem?
Naar onze mening is er geen sprake van een duidelijk beeldend probleem.
Bij een beeldend probleem is
het de bedoeling dat je de kinderen een soort ‚open’
opdracht geeft waar ze zelf in vulling aan kunnen geven. Hierdoor
stimuleer je de creativiteit bij de kinderen. Jullie stellen alleen
de vraag: hoe zou je bloemen kunnen maken met de volgende materialen:
vouwblaadjes, papier, schaar, lijm
en crêpe-papier. Wij denken dat het beeldend probleem
concreter zou kunnen. Denk bijvoorbeeld aan: elke bloem moet op de een of
andere manier een emotie uitstralen/oproepen. Bedenk zelf op welke manier je
dit laat blijken. De leerlingen moeten dan zelf aan de slag om hier iets voor
te bedenken.
4.
Worden de
leerlingen door de lesopzet gestimuleerd tot eigen vormgeving?
Per bloem staat eigenlijk tot in de puntjes vast op welke manier en met welke materialen de bloem gemaakt ‚moet’ worden. Zo moet de narcis gemaakt worden met geel papier, de blauwe druif dmv kleien propjes vouwen van crêpe-papier etc. Wanneer je de kinderen de taak geeft om verschillende bloemen te maken, maar ze wel zelf de vrijheid geeft te bedenken op welke manier/welke materialen worden ze naar onze mening meer gestimuleerd tot eigen vormgeving.
Per bloem staat eigenlijk tot in de puntjes vast op welke manier en met welke materialen de bloem gemaakt ‚moet’ worden. Zo moet de narcis gemaakt worden met geel papier, de blauwe druif dmv kleien propjes vouwen van crêpe-papier etc. Wanneer je de kinderen de taak geeft om verschillende bloemen te maken, maar ze wel zelf de vrijheid geeft te bedenken op welke manier/welke materialen worden ze naar onze mening meer gestimuleerd tot eigen vormgeving.
5.
Is het
beeldmateriaal adequaat gekozen?
Ja, het beeldmateriaal sluit zeer goed aan op de les. Door middel van het beeldmateriaal wordt het visueel voor de leerlingen en hebben ze een beter beeld van wat er verwacht wordt.
Ja, het beeldmateriaal sluit zeer goed aan op de les. Door middel van het beeldmateriaal wordt het visueel voor de leerlingen en hebben ze een beter beeld van wat er verwacht wordt.
6.
Straalt
het gekozen beeldmateriaal de huidige tijd uit?
Ja, de meegenomen bloemen zien de kinderen vaak genoeg wanneer zij buitenspelen, naar school fietsen of op het schoolplein pauze hebben. Het is dus heel slim gekozen.
Ja, de meegenomen bloemen zien de kinderen vaak genoeg wanneer zij buitenspelen, naar school fietsen of op het schoolplein pauze hebben. Het is dus heel slim gekozen.
7.
Geef een
aantal verbeterpunten/aanvullende suggesties.
Probeer de kinderen iets meer vrijheid te geven in het vormgeven van de opdracht. Jullie hoeven dus niet elke opdracht ‚voor te kauwen’ maar je kunt ook prima bepaalde onderdelen van de opdracht open laten. Op deze manier wordt er eigen inspanning en creativiteit van de leerlingen verwacht. Ze kunnen er op deze manier hun eigen ding van maken.
Wat is het sterkste
onderdeel van de les, en waaromProbeer de kinderen iets meer vrijheid te geven in het vormgeven van de opdracht. Jullie hoeven dus niet elke opdracht ‚voor te kauwen’ maar je kunt ook prima bepaalde onderdelen van de opdracht open laten. Op deze manier wordt er eigen inspanning en creativiteit van de leerlingen verwacht. Ze kunnen er op deze manier hun eigen ding van maken.
Naar onze mening is de reflectie een heel sterk onderdeel van de les. Ze roosteren genoeg tijd in om ook daadwerkelijk stil te staan bij het eindproduct. Wat vinden de kinderen mooi en wat niet? Wat is er goed gegaan en wat kon beter? Op deze manier leren ze de kinderen ook om naar elkaars kunstwerken te kijken. Door de werkjes daarna op te hangen in de klas sluit je de les helemaal goed af. De kinderen mogen trots zijn op hun eindproduct en kunnen er op deze manier nog lang van genieten.
2D technieken
Brechtje's opdracht was om een tekening/schilderij te maken met waterverf. Belangrijk was bij deze opdracht dat verschillende kleuren in elkaar overliepen. Dit heb ik zowel bij de lucht als bij het gras proberen te doen.
Yvette's opdracht was om te tamponeren/deppen. Zij heeft met verschillende soorten kleuren (landschap) door middel van een kurk de verf deppend op het papier gezet.
Yvette haar opdracht is abstracte kunst, Brechtje haar schilderijtje is daarin tegen concreet, met daadwerkelijke vormen.
Mindmap
Voor onze mindmap hebben wij het thema lente gekozen. Wij hebben gekozen voor dit thema, omdat het een breed thema is en daarnaast ook actueel. Het thema past ook bij de belevingswereld van de kinderen. Voor beeldende vorming kun je veel verschillende activiteiten verzinnen, maar ook voor andere vakken, zoals natuur kan je het thema verder uitbreiden.
Abonneren op:
Reacties (Atom)




